NBA Monitor 'Publiek Belang'

Voortgang op basis van self assessment

Bekijk de voortgang per accountantskantoor

Zoek een accountantskantoor Bekijk de voortgangslijst

De maatregelen
69% op schema

Nr.
Maatregel
  • Allen
  • NBA
  • OOB
  • Niet-OOB
Jan
2015
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Jan
2016
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Jan
2017
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Jan
2018
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Jan
2019
1.1
De beroepsgroep voert een beroepseed in voor accountants. Deze wordt afgelegd op het moment van inschrijving in het accountantsregister.
NBA
1.2
Kwaliteit en professioneel kritische instelling dienen prominent opgenomen en duidelijk ingevuld te worden in de VGBA.
NBA
1.3
Bij de profilering richting studenten en de arbeidsmarkt benadrukt de beroepsgroep juist die waarden, normen en kwaliteiten van een accountant die aandacht dienen te krijgen bij het vormen van de gewenste cultuur binnen accountantsorganisaties: focus op kwaliteit, professioneel kritische instelling, nauwkeurig, degelijk, een rechte rug, maatschappelijk betrokken.
NBA
OOB
Niet-OOB
1.4
OOB kantoren voeren periodiek een meting uit op de mindset en drivers van de partnergroep, andere leidinggevenden en de medewerkers. De RvC wordt geïnformeerd over de uitkomsten van deze meting en de op basis hiervan voorgenomen acties.

De RvC dient het bestuursbesluit over de te nemen acties goed te keuren. De uitkomsten van de meting bij individuele personen worden door het bestuur en de rvc betrokken in de besluitvorming (goedkeuring) rondom partnerbenoemingen.
NBA
OOB
Het bestuur (en indien van toepassing het intern toezichtorgaan, rvc en/of ava) draagt zorg voor een cultuur in de gehele organisatie die gericht is op kwaliteit en publiek belang. Die gewenste cultuur is aantoonbaar verankerd in de missie, strategie van de organisatie en blijkt uit het gedrag en communicatie van het bestuur (tone at the top).
Het bestuur monitort periodiek de cultuur in de organisatie, treft eventueel verbetermaatregelen en rapporteert over de resultaten van de monitoring en de in dat verband uitgevoerde maatregelen in het compliance- of transparantieverslag.
Niet-OOB
Governance
2.1
Bij de Nederlands topholding van iedere groep waarvan een accountantsorganisatie met een OOB vergunning deel uitmaakt wordt een RvC ingesteld. Organisaties met een andere rechtsvorm stellen een vergelijkbare toezichthoudende functie in die een onafhankelijk toezicht waarborgt.
NBA
OOB
Niet-oob-accountantsorganisaties zorgen dat er tenminste eens per twee jaar een evaluatie plaatsvindt van het functioneren van zowel het bestuur als de equity partners die verantwoordelijk zijn voor de wettelijke controles, vooral gericht op de bevordering van de kwaliteit van de dienstverlening, en maakt daarbij gebruik van een externe onafhankelijke assessor. Als uit een dergelijk assessment (of tussentijds) blijkt dat een equity partner tekortschiet in de te leveren kwaliteit van de wettelijke controle wordt hij/zij conform maatregel 5.5.) verplicht deel te nemen aan een intensief verbeterplan.
Niet-OOB
2.2
Voor de samenstelling (waaronder onafhankelijkheid) en werkwijze van de rvc gelden de principebepalingen III.1, III.2 en III.3 van de Nederlandse Code Corporate Governance (CCG).
 
Deze bepalingen worden overgenomen in het Bta of een NBA verordening zodat deze bepalingen binnen de reikwijdte vallen van het toezicht.
 
De rvc is zodanig samengesteld dat de leden onafhankelijk en kritisch kunnen optreden. In de rvc is naast de in de CCG benoemde deskundigheden, deskundigheid aanwezig ten aanzien van kwaliteitsbeleid en het publiek belang. Co nform de CCG zijn alle commissarissen, met uitzondering van maximaal één persoon, onafhankelijk en dus externe leden. De voorzitter van de rvc is altijd een extern lid en onafhankelijk. Selectie van leden van de rvc vindt plaats op basis van een profielschets (zie CCG principebepaling III.3) met daarin de benoemde deskundigheidsgebieden en de benoeming vindt plaats op basis van een bindende voordracht door de rvc waarvan slechts met een gekwalificeerde meerderheid kan worden afgeweken. Ook voor schorsing en ontslag geldt een gekwalificeerde meerderheid. De rvc wordt divers samengesteld. In de samenstelling wordt gestreefd naar minimaal 30% vrouwen en 30% mannen. Voordat voordracht van een (beoogd) rvc lid plaats kan vinden dient een geschiktheidstoets plaats te vinden door de AFM.
NBA
OOB
2.3
De taak en het mandaat van de RvC worden duidelijk omschreven. De RvC richt zich in ieder geval op de organisatiebrede aspecten die van invloed zijn op de kwaliteit van de accountantscontroles, onafhankelijkheid, integriteit en op de belangen van de externe stakeholders bij de accountantscontrole.

De RvC doet een bindende voordracht voor te benoemen bestuursleden van de Nederlandse topholding waarvan slechts met een gekwalificeerde meerderheid kan worden afgeweken. Ook is de RvC verantwoordelijk voor de goedkeuring van benoeming en ontslag van partners binnen de controlepraktijk, goedkeuring van het kwaliteitsbeleid en de borging daarvan.

Tevens keurt de RvC het beloningsbeleid voor bestuurders, partners en medewerkers goed en bepaalt hij de beloning voor de bestuurders van de Nederlandse topholding.

De RvC keurt de benoeming en beoordeling van de compliance officer goed. Zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheid van het bestuur voor een adequate compliance van de organisatie dient de compliance officer van de accountantsorganisatie een directe rapportagelijn naar de RvC te hebben. Jaarlijks vindt een gesprek plaats tussen de RvC en de AFM zonder aanwezigheid van de bestuurders, de inhoud van dit gesprek is gericht op de accountantsorganisatie.
OOB
2.5
De RvC kent desgewenst kerncommissies in overeenstemming met de CCG. De leden van de renumeratiecommissie zijn allen onafhankelijk. Het borgen van het publiek belang is een essentieel onderdeel van de taak van de rvc als geheel. De functie van de bestaande Commissie Publiek Belang wordt geïntegreerd in de RvC.
OOB
2.6
De RvC neemt een uitgebreid verslag op in het jaarverslag van de Nederlandse topholding en in het transparantieverslag van de accountantsorganisatie waarin wordt uiteengezet hoe de RvC zijn rol heeft ingevuld op ieder van de aan de RvC toegewezen taken en verantwoordelijkheden, welke procedures zijn gevolgd en wat de belangrijkste inhoudelijke bevindingen, discussies en beslissingen van de RvC zijn.
OOB
2.7
Het bestuur van de organisatie dient voldoende divers te zijn samengesteld met voldoende oog voor de belangen van externe stakeholders. De RvC ziet hierop toe bij de benoeming van bestuurders van de Nederlandse topholding.

Het benoemen van mensen van buitenaf kan hierbij in bepaalde gevallen helpen, maar is geen noodzaak. Selectie van bestuurders vindt plaats op basis van een door de RvC opgestelde profielschets met daarin de benoemde deskundigheidsgebieden en na uitvoering van een geschiktheidstoets door de AFM.
OOB
Het bestuur van de accountantsorganisatie is voldoende divers samengesteld om verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de kernactiviteit van de organisatie, kwaliteit van de controle, professioneel kritische cultuur, oog voor publiek belang en de belangen van externe stakeholders. Dit wordt via maatregel 2.1 geëvalueerd.
Niet-OOB
2.8
Het bestuur dient voldoende afstand te kunnen bewaren van de partnership en genoeg tijd te kunnen besteden aan het besturen van de organisatie. Het bestuurslid dat primair verantwoordelijk is voor het kwaliteitsbeleid dient zich voornamelijk op deze taak te richten.

De RvC formuleert de uitgangspunten voor de tijdsbesteding van bestuurders aan bestuurstaken en andere verantwoordelijkheden en ziet toe op de naleving ervan. Een beperkte portefeuille als controlerend accountant is voor een bestuurder mogelijk, echter alleen na toestemming van de RvC.
OOB
Het bestuur dient voldoende tijd te kunnen besteden aan het besturen van de organisatie. In het compliance-verslag neemt de controlerende accountant, die eveneens bestuurder is, een passage op over de tijdsbestedingen, bestuurstaken en verantwoordelijkheden.
Niet-OOB
Beoordelen en belonen
3.1
Alle accountantsorganisaties moeten aantoonbaar een intern beloningsysteem hebben waarin de beloning van kwaliteit, waaronder coaching en begeleiding, voorop staat.
 
Het belangrijkste deel (meer dan 50%) van de (variabele) beloning van de individuele werknemers die werkzaam zijn binnen de controlepraktijk en de beloning of verdeelsleutel op basis waarvan de winst wordt verdeeld voor controlepartners wordt bepaald door rol, verantwoordelijkheid en de geleverde controlekwaliteit, waaronder de kwaliteit van de begeleiding en coaching van teamleden en uitkomsten van dossier reviews.
 
In het systeem dient kwaliteit zowel positieve als negatieve consequenties te hebben voor de beloning of verdeelsleutel.
 
Het beloningsbeleid, inclusief de criteria op basis waarvan de winst wordt verdeeld tussen de controlepartners, het beleggingsbeleid voor individuele partners in privé en de individuele beloningen van de bestuurders van de accountantsorganisatie worden gepubliceerd in het jaarverslag, transparantieverslag of op de website van de accountantsorganisatie.
NBA
OOB
Het beloningsbeleid bevat geen incentives die ten koste kunnen gaan van een op kwaliteit gerichte cultuur en werkwijze. Toegestaan zijn incentives die ondersteunend zijn aan de doelstelling: focus op kwaliteit, een professioneel-kritische instelling en werk in het publiek belang. Indien het beloningsbeleid de mogelijkheid kent van het toekennen van zogenaamde ‘periodieken’, vindt toekenning plaats o.b.v. criteria van kwaliteit. 

De vergoeding voor de eigenaar (ondernemersbeloning), c.q. de winstuitkering wordt niet beschouwd als een vorm van variabele beloning. In die zin moet ook artikel 18b worden gelezen. 

Voor zover er sprake is van verschil in beloning tussen controlepartners en overige partners wordt dat toegelicht in het compliance-verslag dat voor bevoegde instanties ter inzage en toetsbaar is.

Wanneer bij een niet-oob-kantoor wel sprake is van vormen van variabele beloning, dient sprake te zijn van een beloningssysteem waarin aantoonbaar de beloning van kwaliteit (gewicht van meer dan 50% in de criteria) voorop staat.
Niet-OOB
3.2
Vaktechnische kennis, professioneel kritische instelling en kwaliteit van de werkzaamheden dienen de cruciale elementen te zijn binnen het promotiebeleid voor medewerkers van de controlepraktijk in de organisatie, inclusief de criteria voor partnerbenoeming.

Dit dient onder andere vormgegeven te worden door middel van een curriculum dat iemand doorlopen dient te hebben voordat hij in aanmerking komt voor partnerbenoeming. Onderdeel hiervan zijn aantoonbare werkervaring (met positieve beoordeling) binnen een op kwaliteit of beroepsontwikkeling gerichte functie (bijvoorbeeld afdeling vaktechniek of compliance), gedurende een relevante periode en een representatief aantal dossierreviews met positieve beoordeling.

Voor partnerbenoeming binnen de OOB-controlepraktijk van een accountantsorganisatie en voordat iemand als partner kan functioneren op een OOB dient aantoonbaar sprake te zijn van minimaal het equivalent van 12 maanden ervaring binnen een op kwaliteit of beroepsontwikkeling gerichte functie met positieve beoordeling en minimaal drie dossierreviews met positieve beoordeling in de laatste vijf jaar voor benoeming. Bij OOB accountantsorganisaties toetst de rvc in ieder geval (maar niet uitsluitend) expliciet op de hiervoor genoemde aspecten bij zijn goedkeuring van partnerbenoemingen. Ten behoeve van een zorgvuldige en operationeel realiseerbare implementatie van deze maatregel acht de werkgroep een overgangsregime noodzakelijk.

Het blijft maximaal drie jaar lang mogelijk om een persoon te benoemen die nog niet aan het criterium voldoet ten aanzien van ervaring binnen een op kwaliteit of beroepsontwikkeling gerichte functie onder voorwaarde dat hij na benoeming binnen vijf jaar de vereiste ervaring alsnog opdoet.
OOB
Vaktechnische kennis, professioneel kritische instelling en kwaliteit van de werkzaamheden zijn de cruciale elementen binnen het promotiebeleid voor medewerkers van de controlepraktijk in de organisatie, inclusief de partnerbenoeming.

Afhankelijk van de omvang van het niet-OOB kantoor worden deze elementen bij de invulling van het promotiebeleid verder uitgewerkt (schaalbaarheid)

In het geval van mobiliteit tussen kantoren draagt de ontvangende accountantsorganisatie er zorg voor dat de juistheid van het cv bij de aangegeven referenties wordt getoetst.

Het blijft maximaal drie jaar lang mogelijk om een persoon te benoemen die nog niet aan het criterium voldoet ten aanzien van ervaring binnen een op kwaliteit of beroepsontwikkeling gerichte functie onder voorwaarde dat hij na benoeming binnen vijf jaar de vereiste ervaring alsnog opdoet.
Niet-OOB
3.3
De principebepalingen II.2 en III.7 van de CCG inzake de bezoldiging van bestuurders respectievelijk commissarissen worden overgenomen in het Bta of een NBA verordening zodat deze bepalingen binnen de reikwijdte vallen van het toezicht.
 
De bezoldiging van de leden van de rvc wordt jaarlijks vastgesteld en is onafhankelijk van de resultaten van de organisatie. De bezoldiging wordt vastgesteld op een niveau dat passend is bij de verantwoordelijkheid van de commissarissen en een adequate tijdsbesteding in de goede uitvoering van de taak.
 
Bestuurders van de Nederlandse topholding van een OOB accountantsorganisatie dienen een beloning te ontvangen die is vastgesteld door de rvc en die geen directe relatie heeft met de winstgevendheid van de organisatie in het betreffende jaar. Deze beloning bestaat uit een door de rvc aan het begin van het jaar in overeenstemming met het beloningsbeleid vastgesteld vast bedrag plus een variabel bedrag dat kan oplopen tot maximaal 20%. Het variabele deel van de beloning van de bestuurders van de Nederlandse topholding dient gebaseerd zijn op het behalen van door de rvc vastgestelde lange-termijn doelstellingen die passen bij de maatschappelijke functie van de organisatie (waaronder kwaliteit van de accountantscontrole) en de specifieke verantwoordelijkheid hierin van desbetreffende bestuurder.
NBA
3.4
Voor de overige controlepartners dient de vergoeding of verdeelsleutel op basis waarvan het winstrecht van de partner wordt bepaald te bestaan uit een component die is gebaseerd op rol en verantwoordelijkheid en een variabele component die voor het belangrijkste deel is gebaseerd op aan kwaliteit gerelateerde criteria, waaronder resultaten uit dossier-reviews, de resultaten van werknemerstevredenheidsmetingen en individuele beoordelingen door teamleden ten aanzien van de door de partner gegeven begeleiding.

Binnen de vergoeding of verdeelsleutel kan worden beloond op basis van andere doelstellingen, maar aan een meer dan gemiddelde prestatie op het gebied van van commerciële doelstellingen wordt geen gewicht toegekend indien de controlepartner negatief is beoordeeld op het aspect controlekwaliteit. Inhoudingen die worden gedaan op de beloning van individuele controlepartners vanwege een onvoldoende beoordeling op de geleverde kwaliteit worden niet bestemd voor uitkering aan de andere partners, maar worden in overleg met de RvC besteed aan specifieke maatregelen die gericht zijn op kwaliteitsverbetering.

De werkgroep is van mening dat kwaliteit ook een collectieve verantwoordelijkheid is en hierbij past niet dat kwaliteitsproblemen binnen het kantoor een positief effect kunnen hebben op de beloning van enig individu binnen de organisatie.

 
OOB
3.5
OOB accountantsorganisaties voeren een claw-back regeling in met een looptijd van 6 jaar (de maximale termijn voor het starten van procedures bij de accountantskamer) waarbij de  winstdelende partners die functioneren als extern accountant en  betrokken zijn bij de uitvoering van wettelijke controles een bedrag ineens inlegt of in 6 jaren opbouwt via reservering uit winstrechten.
 
Het bedrag dat onder de regeling loopt in deze 6 jaren op tot in ieder geval één gemiddeld jaarinkomen dat is genoten over de meest recente 6-jaars periode.
 
Indien voor het verstrijken van die periode blijkt dat verwijtbaar handelen van de accountant heeft geleid tot het afgeven van een verkeerde verklaring  bij een wettelijke controle waaruit maatschappelijke schade is ontstaan, dan wordt het bedrag dat onder deze regeling valt niet uitbetaald, maar verliest de accountant zijn aanspraak op dit winstrecht geheel of gedeeltelijk.
 
De hoogte van het op de gereserveerde winstrechten of ingelegde vermogen in te houden bedrag is ter finale beoordeling van de rvc en afhankelijk van de significantie van de tekortkoming en de hieruit ontstane maatschappelijke schade.
 
Deze maatregel geldt niet alleen voor de tekenend winstdelende partner, maar in voorkomend geval dient ook de rol van de winstdelende partner die verantwoordelijk is voor de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling bij deze opdracht beoordeeld te worden.
 
Inhoudingen die worden gedaan in overeenstemming met de claw-back regeling worden niet bestemd voor uitkering aan de andere partners, maar worden in overleg met de rvc besteed aan specifieke maatregelen die gericht zijn op kwaliteitsverbetering.
NBA
OOB
Niet-OOB-accountantsorganisaties kennen in de partnerovereenkomst een ‘bad leaver’ clausule (of voeren die in) waarin voor alle equity partners een reservering op de uitkering bij vertrek plaatsvindt voor het geval sprake is van verwijtbaar handelen o.a. indien dat heeft geleid tot het afgeven van een verkeerde verklaring waaruit maatschappelijke schade is ontstaan. In de 'bad leaver' clausule dient sprake te zijn van kwantificering van het bedrag dat bij uittreding wordt achtergehouden (substantieel / gemiddelde winstuitkering van één jaar). De garantstelling wordt aangehouden tot ten minste drie jaar na vertrek. Daarnaast wordt in het complianceverslag over het bestaan en de  toepassing van de bad leaver clausule verslag gedaan.

In het geval binnen een niet- OOB-kantoor sprake is van een variabel beloningsbeleid gaat een clawback gelden, voor dat variabele deel van de beloning.
Niet-OOB
3.6
Accountantsorganisaties voeren een beleggingsbeleid voor partners in privé in waarin wordt aangegeven wat de restricties zijn die partners hierbij in acht dienen te nemen. Het beleggingsbeleid dient te worden goedgekeurd door de RvC.
OOB
Het beleggingsbeleid voor partners zorgt er voor dat het risico van een conflict of interest wordt voorkomen. Aanvullend op bestaande verordeningen geven partners via de compliance officer volledige inzage in onderlinge financiële (on)afhankelijkheid ‘in privé’. Over de uitvoering van dit beleid wordt verslag gedaan in het compliance-verslag.
Niet-OOB
3.7
In een brief in antwoord aan de werkgroep niet-OOB heeft het NBA-bestuur aangegeven de opdracht van de projectgroep goodwill te specificeren:
 
- Breng in kaart wat de mogelijke negatieve prikkels van het op goodwill gebaseerde bedrijfsmodel zijn op de kwaliteit;
 
- Geef aan welke verschillende mogelijkheden (onafhankelijk van het van toepassing zijnde bedrijfsmodel) er zijn om ‘negatieve prikkels op de kwaliteit’ van het ‘goodwill model’ te voorkomen of te mitigeren;
 
- Als het niet mogelijk blijkt te zijn die ‘negatieve prikkels op de kwaliteit’ te voorkomen of te mitigeren binnen het ‘goodwill model’ (het model waarbij toetredende partners kapitaal dienen in te leggen om een aandeel te verkrijgen in de organisatie), stel dan ’alternatieve modellen’ voor;
 
- Als ‘uitfasering van het goodwill model’ één van de mogelijkheden is, of misschien zelfs de enige mogelijkheid, dan zal dat alleen geleidelijk kunnen gebeuren met inachtneming van een redelijke termijn en een passende overgangsregeling. Geef in dat geval aan hoe die geleidelijke uitfasering plaats kan vinden. 
NBA
3.8
De sector onderzoekt het invoeren van een pensioenregeling voor de beroepsgroep waarin controlepartners van OOB accountantsorganisaties verplicht participeren en overige partners vrijwillig kunnen participeren. De werkgroep heeft de indruk dat een invoering van een pensioenregeling wenselijk is, maar de consequenties ten aanzien van onder andere onafhankelijkheid dienen eerst onderzocht te worden.
NBA
Verhouding tot opdrachtgever
4.1
De accountant mag een controle-opdracht of verzoek tot het uitbrengen van een proposal voor een wettelijke controle bij een opdrachtgever waar een toezichthoudend orgaan (rvc, rvt of vergelijkbaar orgaan) bestaat slechts aanvaarden als de opdrachtverstrekking heeft plaatsgevonden in overeenstemming met de VERORDENING (EU) Nr. 537/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 april 2014  met betrekking tot de accountantscontrole van oob’s of wanneer deze niet van toepassing is, de accountant  deze rechtstreeks heeft ontvangen van de algemene vergadering (of vergelijkbaar orgaan) of van het toezichthoudend orgaan, hij de proposal presenteert aan dit orgaan, zijn honorarium wordt afgesproken met dit orgaan en hij rapporteert aan dit orgaan.
 
De accountant accepteert dus geen situatie waarin het bestuur de facto de accountant selecteert en benoemt tenzij de bestuurder en aandeelhouder dezelfde persoon zijn en geen toezichthoudend orgaan aanwezig is.
 
Indien de aandeelhouders en het toezichthoudend orgaan in gebreke blijven dan dient de (beoogd) accountant het bestuur te adviseren om de NBA te benaderen ten behoeve van de benoeming van een accountant.
NBA
De accountant voert de wettelijke controle uit in opdracht van de rvc of bij het ontbreken daarvan het hoogste relevante toezichtorgaan (ava) of bestuursorgaan c.q. de DGA van de te controleren organisatie.
Niet-OOB
4.2
In aansluiting bij VERORDENING (EU) Nr 537/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 april 2014 stelt de accountant de controleverklaring op ten behoeve van alle gebruikers van de jaarrekening (het maatschappelijk verkeer) en richt de verklaring aan het hoogste relevante interne toezichtsorgaan van de te controleren organisatie. 
NBA
De accountant stelt de controleverklaring op ten behoeve van alle gebruikers van de jaarrekening (het publiek belang) en richt de verklaring aan het hoogste relevante interne toezichtsorgaan van de te controleren organisatie.
Niet-OOB
4.3
De accountant geeft een verklaring af bij het jaarverslag (zoals bedoeld in art. 2:391 BW). In deze verklaring bij het jaarverslag geeft de accountant expliciet zijn oordeel over de risicoparagraaf, continuïteitsanalyse en corporate governance informatie zoals opgenomen in dat jaarverslag. Indien nodig geeft de accountant een aanvullende reflectie op deze onderwerpen.
 
De NBA brengt nadere regelgeving uit voor de uit te voeren werkzaamheden in het kader van deze verklaring.
 
Onderzocht wordt of het, gezien de andere mate van zekerheid die wordt verschaft, mogelijk is om dit expliciete oordeel bij het jaarverslag op te nemen als afzonderlijk onderdeel van de controleverklaring bij de jaarrekening.
NBA
4.4
De accountant besteedt in de controle expliciet aandacht aan de voor de onderneming relevante frauderisicofactoren en de risico’s op de onder COS 240 vallende vormen van fraude met mogelijk materiële impact op de jaarrekening die hij onderkent en maakt hierover bij aanvang van de controle afspraken over de ten minste uit te voeren werkzaamheden, inventariseert eventuele aanvullende wensen van de rvc en stemt met de rvc het werkprogramma af dat hij uitvoert ten aanzien van die risico’s.
 
Afhankelijk van de complexiteit van de controlecliënt dient inzet van moderne informatietechnologie in de data-analyse onderdeel te zijn van het controleplan dat is gericht op de afdekking van frauderisico’s.
 
De accountant rapporteert specifiek over de door hem uitgevoerde werkzaamheden aan de rvc (of vergelijkbaar orgaan).
 
Indien een accountant een (vermoeden van) fraude constateert meldt hij dit, afhankelijk van de aard van (het vermoeden van) de fraude, aan het bestuur van de onderneming, de rvc en/of de bevoegde instanties.  Indien een fraudegeval zich voordoet rapporteren zowel rvc als accountant aan de algemene vergadering (of vergelijkbaar orgaan) in hoeverre dit gerelateerd is aan een door rvc en accountant onderkend frauderisico en over de evaluatie van rvc en accountant van de uitgevoerde controlewerkzaamheden rondom dit frauderisico. De accountant ziet er op toe dat de melding van (een vermoeden van) fraude adequaat wordt afgehandeld, afhankelijk van de aard van de fraude, zowel door het bestuur van de onderneming (inclusief eventuele redress) als de rvc, dan wel door de accountantsorganisatie waarvoor hij/zij werkt.
 
De accountantsorganisatie voert aantoonbaar een beleid waarin wordt gewaarborgd dat de accountant aan de bovengenoemde vereisten kan en zal voldoen, zowel in het kader van de regulier uit te voeren werkzaamheden inzake frauderisicofactoren en frauderisico’s als  in het kader van een afzonderlijk (vermoeden van een) geval van fraude, en schept daartoe de noodzakelijke organisatorische randvoorwaarden.
 
De NBA voert een nadere analyse uit van de problematiek inzake fraude en doet eventueel aanvullende voorstellen voor
maatregelen. Vooruitlopend daarop brengt de NBA een praktijkhandreiking uit over de uit te voeren werkzaamheden en de afstemming met en rapportage aan de rvc ten aanzien van fraude, alsmede een praktijkhandreiking over de mogelijkheden van data-analyse in het algemeen en in het bijzonder in het kader van fraude analyse. Tevens verplicht  de NBA de accountant een cursus te volgen gericht op actualisering van de noodzakelijke kennis en vaardigheden om aan de verplichtingen inzake fraude te voldoen. 
NBA
De accountant rapporteert expliciet aan de rvc (of vergelijkbaar toezichthoudend orgaan, dan wel aan bestuur/directie) over de risico’s op de onder COS 240 vallende vormen van fraude met mogelijk materiële impact op de jaarrekening die hij onderkent.

De accountant stemt met de rvc (of vergelijkbaar toezichthoudend orgaan, dan wel aan bestuur/directie) het werkprogramma af dat hij uitvoert ten aanzien van die risico’s en rapporteert specifiek over de door hem uitgevoerde werkzaamheden.
Afhankelijk van de omvang en complexiteit van de controlecliënt is inzet van data-analyse een wenselijk onderdeel van het controleplan dat is gericht op de afdekking van fraude risico’s.

Indien een fraudegeval zich voordoet rapporteren zowel rvc als accountant aan de algemene vergadering (of vergelijkbaar orgaan) in hoeverre dit gerelateerd is aan een door rvc en accountant onderkend frauderisico en over de evaluatie van rvc en accountant van de uitgevoerde controlewerkzaamheden rondom dit frauderisico.

Bovenstaande laat onverlet de verplichting om in voorkomende gevallen (vermoedens van) fraude te melden bij de bevoegde opsporingsinstantie(s). 
Niet-OOB
4.5
Bij alle OOB's en door de NBA aan te wijzen andere instellingen geeft de accountant een uitgebreide controleverklaring af. Daarin geeft hij meer inzicht in de aandachtspunten van zijn controle, de controlemethodiek en uitgevoerde werkzaamheden en de gehanteerde materialiteit.
 
Over de door de onderneming gerapporteerde continuïteitsrisico's rapporteert hij in de verklaring bij het jaarverslag.
 
Ook voert de accountant actief het woord op de AvA (of vergelijkbaar orgaan) om zijn werkzaamheden toe te lichten. Dit stemt de accountant vooraf af met de rvc (of vergelijkbaar orgaan). Indien hem dit niet wordt toegestaan dient hij de opdracht niet te accepteren.
NBA
OOB
Bij alle wettelijke controles geeft de accountant een uitgebreide controleverklaring af. Met een beperkter regime voor de middelgrote ondernemingen (kernpunten controle). Daarin geeft hij meer inzicht in de aandachtspunten van zijn controle, de controlemethodiek en uitgevoerde werkzaamheden en de gehanteerde materialiteit.
Niet-OOB
4.6
De accountant dient de RvC en rvb (of vergelijkbare organen) te allen tijde toe te staan om in het jaarverslag of tijdens de algemene vergadering informatie te verstrekken over de inhoud van de managementletter. De accountant ziet er in dat geval op toe dat deze informatie juist en evenwichtig is.
NBA
De accountant dient de rvc en rvb (of vergelijkbare organen) te allen tijde toe te staan om in het jaarverslag of tijdens de algemene vergadering informatie te verstrekken over de inhoud van de managementletter. De accountant ziet er in dat geval op toe dat deze informatie juist en evenwichtig is. Indien de informatie niet juist is plaatst de accountant een  ‘opmerking’ bij de verklaring.
Niet-OOB
4.7
Gezien de huidig geldende wettelijke geheimhoudingsplicht, onderzoeken de beroepsgroep en stakeholders in hoeverre het wenselijk en mogelijk is dat de accountant pro-actief rapporteert over de punten in zijn managementletter (of board report) of de op aangeven van de accountant doorgevoerde correcties en of in meer gevallen dan nu een spreekplicht zou moeten gelden voor de accountant.

Tot dit onderzoek is afgerond maakt de accountancy sector duidelijk dat als aandeelhouders van mening zijn dat het management of de rvc actiever of uitgebreider dienen te rapporteren, zij dit moeten oplossen binnen hun eigen governance met de middelen die ze daarvoor hebben.
NBA
4.8
De beroepsgroep (NBA) levert een actieve bijdrage aan onderzoek naar de mogelijkheid om de grenzen voor de wettelijk verplichte controle te verhogen en zo de accountant uit te dagen zijn relevantie voor stakeholders te blijven bewijzen. Als onderdeel hiervan doet de beroepsgroep onderzoek naar de wenselijkheid om voor een bepaalde groep ondernemingen andere vormen van zekerheid mogelijk te maken.
NBA
4.9
De beroepsgroep (NBA) bereidt een commentaar voor op de uitkomsten van het onderzoek en de voorstellen van het Ministerie van Financiën of het wenselijk is om meer instellingen aan te merken als OOB en daarmee de reeds bestaande regels en een deel van de in dit rapport opgenomen voorstellen van toepassing te maken voor een grotere groep accountantsorganisaties en controles. Hierbij kan gedacht worden aan organisaties die worden gefinancierd vanuit publieke middelen zoals (semi-)publieke instellingen, maar ook bepaalde niet beursgenoteerde ondernemingen die als gevolg van hun omvang, doelstelling of structuur gekenmerkt worden door een grotere groep stakeholders. 
NBA
Wetgever
Kwaliteit meten en verbeteren
5.1
Accountantsorganisaties moeten voor een standaardset van kwaliteitsindicatoren, waaronder indicatoren op het gebied van leverage en coaching, in het transparantieverslag of jaarverslag rapporteren wat de interne doelstelling of norm is voor deze indicator, wat de werkelijke uitkomst is over het afgelopen jaar en welke acties worden genomen indien het resultaat negatief afwijkt van de doelstelling of norm.

De door de werkgroep voorgestelde indicatoren zijn opgenomen in appendix 2 bij dit rapport. De in 2015 respectievelijk 2016 te rapporteren indicatoren dienen voor eind 2014 definitief vastgesteld te worden door de NBA en worden periodiek bijgesteld op basis van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek en dialoog met stakeholders.
NBA
OOB
Accountantsorganisaties hebben een kwaliteitsbeheersingssysteem waarin aandacht is voor een beperkte vaste set van de belangrijkste kwaliteitsindicatoren en aangevuld met de kantoor-specifieke normen die van toepassing zijn voor de meting van de kwaliteit. Accountantsorganisaties zijn transparant over zowel het kwaliteitsbeheersingssysteem, de indicatoren als de jaarlijkse uitkomsten en de maatregelen die worden genomen om de kwaliteit te managen.
Niet-OOB
5.2
De accountant rapporteert aan de rvc (of ander toezichthoudend orgaan) van de gecontroleerde rechtspersoon hoe veel partner/director- en team-uren hij verwacht te besteden (voorcalculatie) en zijn besteed (nacalculatie) aan de uitvoering van de controle en onderbouwt hoe de inzet van deze uren, in combinatie met andere controlemethodieken, tot een kwalitatief goede controle leidt.
NBA
OOB
De accountant overlegt zowel vooraf als achteraf over de in het kader van de wettelijke controle uit te voeren/uitgevoerde werkzaamheden en te besteden/bestede uren (voor- en nacalculatie). 
Niet-OOB
5.3
Opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen (OKB) moeten worden uitgevoerd door een OKB team met senior teamleden onder leiding van een ervaren partner (of ervaren accountant van buiten de organisatie). De leden van het OKB team zijn permanent, dan wel voor een afgebakende periode, een substantieel deel van hun tijd beschikbaar voor het uitvoeren van OKB’s. Ieder jaar dienen meerdere dossiers van een controlepartner in een OKB te vallen.
NBA
OOB
Opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen (OKB) door een OKB-team bestaand uit senior beroepsbeoefenaren zijn een vast onderdeel van het kwaliteitsbeheersingssysteem. Ieder jaar dienen één of meerdere dossiers van een controlepartner in een OKB te vallen.
Niet-OOB
5.4
De NBA onderzoekt of de nieuwe EU regelgeving met betrekking tot de uitvoering van OKB’s zoals opgenomen in VERORDENING (EU) Nr. 537/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 april 2014 inzake de wettelijke contoles van oob’s toereikende instructies bevat voor de uitvoering van een OKB. Wanneer de regelgeving in de verordening niet toereikend is neemt de NBA deze regelgeving op in een verordening of dringt ze aan op opname in het Bta.
NBA
5.5
Indien wordt vastgesteld dat controledossiers –en werkzaamheden van een controlepartner niet voldoen aan de kwaliteitsvereisten dient, naast de in hoofdstuk 6 besproken invloed op de beloning, door deze controlepartner een verbeterplan opgesteld te worden in samenspraak met de compliance officer en het bestuurslid dat verantwoordelijk is voor kwaliteit.

Gedurende een periode van twee jaren dient uitvoering gegeven te worden aan dit verbeterplan en dient het aantal OKB’s op de controledossiers van deze partner sterk geïntensiveerd te worden.

Na twee jaren dient een evaluatie plaats te vinden van de ontwikkeling en kwaliteit in die periode en dient bepaald te worden of de controlepartner tekeningsbevoegd kan blijven binnen de accountantsorganisatie. Hiertoe wordt een gemotiveerd besluit ter goedkeuring ingediend bij de RvC.
OOB
Controlepartners (inclusief de externe accountant in loondienst) die (op onderdelen) niet voldoen aan de kwaliteitsvereisten worden verplicht deel te nemen aan een intensief verbeterplan. Indien na een redelijke termijn de controlepartner nog niet voldoet wordt de tekenbevoegdheid ingetrokken.
Niet-OOB
5.6
Opstellen van een NBA-handreiking die op grond van de Wet en regelgeving aangeeft hoe bij een accountantswisseling de toetredend accountant en de uittredend accountant  in overeenstemming met de regelgeving kunnen voorzien in een tijdige en volledige informatie overdracht. Indien vanuit toezicht of anderszins de controle over enig jaar ter discussie wordt gesteld (bijvoorbeeld in een procedure bij de Accountantskamer) dient ook de uitvoering van de overdracht in overeenstemming met de geldende regelgeving door de uittredend accountant onderzocht te worden en dient te worden vastgesteld of hij heeft verzuimd relevante informatie te overleggen aan de toetredend accountant ten aanzien van het onderhavige onderwerp.
NBA
Niet-OOB
5.7
Bij het herzien van de opleiding dienen de NBA en de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) naast eindtermen op financieel-technisch gebied, vereisten op te nemen voor de niet-technische aspecten binnen de opleiding, zoals een kritische houding, ethiek en moraliteit, die essentieel zijn voor het functioneren van de accountant.
NBA
5.9
Het beroep dient actief bij te dragen aan de kwaliteit van het onderwijs door de terbeschikkingstelling van ervaren en vooraanstaande beroepsbeoefenaren.
NBA
5.10
De accountancysector neemt het initiatief tot het opzetten van een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoeksinstituut. Dit instituut dient onderzoek te doen naar de effecten van accountantscontrole, drivers van (onvoldoende) controlekwaliteit (root-cause analyse), de effecten van (internationaal) genomen maatregelen die de sector betreffen en een rol te spelen bij het verder vormgeven van het beroep van de toekomst.

Het initiatief dient opgestart te worden vanuit Nederland, met een bijdrage van de Nederlandse kantoren in financiële middelen, mensen (promovendi), data en toegang tot beroepsbeoefenaren zoals senior partners en bestuurders. Zo snel mogelijk moet verbinding gezocht worden met internationaal vooraanstaande wetenschappers en internationale organisaties van binnen en buiten de sector om te zorgen voor een sterk en relevant instituut.

In 2015 dient hiertoe een convenant opgesteld te worden tussen NBA, kantoren en universiteiten en moet vanuit Nederland een internationaal aanbestedingstraject opgestart worden. De sector committeert zich aan de financiering van het instituut en de beschikbaarstelling van de hiervoor genoemde benodigde middelen. De onafhankelijkheid van het instituut dient gewaarborgd te worden in de governance.
NBA
Lerend vermogen
6.1
De beroepsorganisatie onderzoekt de inrichting van een mechanisme dat specifiek is gericht op het leren van falen van accountants en dat werkt op basis van dezelfde uitgangspunten als de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. De NBA verplicht accountants tot medewerking aan onderzoek van dossiers en vrijwaart hen van enige handhavingsactie of juridische procedure door het NBA of de aan haar verbonden organen.

Dossiers die worden geselecteerd voor onderzoek worden overgedragen aan het onafhankelijk wetenschappelijk onderzoeksinstituut dat op basis van deze dossiers root-cause analyses uitvoert. Voorwaarden voor de invoering van dit mechanisme is dat wordt gewerkt op basis van geheimhouding waar het informatie over individuele dossiers, accountants en bevindingen betreft en het op basis daarvan geleerde wordt gerapporteerd op basis van anonimiteit.
NBA
6.2
De beroepsorganisatie draagt zorg voor het systematisch vertalen van de bevindingen van AFM, Accountantskamer, Raad van Toezicht, onderzoeksinstituut en andere bronnen in publieke duiding, aanpassing van de beroepsstandaarden en educatie, waarmee ze concreet invulling geeft aan haar wettelijke taak, namelijk kwaliteitsbevordering en behartiging van het collectieve beroepsbelang. 
NBA
6.3
De NBA organiseert één maal per twee jaar een verplichte Permanente Educatie (PE) training waarin in detail wordt ingegaan op wat de beroepspraktijk kan en moet leren van de bevindingen van AFM, Accountantskamer, Raad van Toezicht,  onderzoeksinstituut en andere partijen. Accountantsorganisaties onderzoeken of binnen hun organisatie afdoende waarborgen bestaan om dergelijke gevallen te voorkomen en de rvb en compliance officer stellen in samenspraak met de rvc vast of en welke maatregelen vereist zijn naar aanleiding van het geleerde van de openbare procedures.
NBA
Succesfactoren
7.1
Verdere verduidelijking van de rol van aandeelhouders en rvc bij de benoeming van en communicatie met de accountant binnen de Code Corporate Governance.

Deze verduidelijking betreft de verantwoordelijkheid van de RvC voor de selectie van de accountant, het afspreken van het honorarium en de rechtstreekse communicatie met de accountant over zijn bevindingen waarbij de RvC (audit committee) niet alleen zijn formele functie dient te vervullen, maar in materiële zin het orgaan dient te zijn dat de relatie met de accountant onderhoudt.

Hiertoe wordt principe V.2 uitgewerkt in een aantal best practices die de primaire rol en verantwoordelijkheid voor deze zaken expliciet bij de RvC onderbrengen.
NBA
7.2
Opname van een best practice bepaling in de Code Corporate Governance dat de rvc bij de algemene vergadering waarin over de benoeming van de accountant na een proposal proces wordt gestemd, ook concreet aan dient te geven op basis waarvan die accountant wordt voorgesteld. Hierbij wordt in ieder geval in detail ingegaan op de beoordeling van de te benoemen accountant op een aantal aspecten van kwaliteit (zoals AFM bevindingen) en het honorarium ten opzichte van de andere kantoren die zijn uitgenodigd om een proposal uit te brengen.
NBA
7.3
Verbreding van de verplichte informatieverschaffing door de rvc waar het de opdracht aan, en bevindingen van, de accountant betreft in het jaarverslag.
NBA
7.4
Aanpassing van wet- en regelgeving op het gebied van de jaarverslaggeving die tegemoet komt aan gebruikersbehoeften, bijvoorbeeld uitbreiding van door het bestuur op te nemen informatie over strategie, continuïteitsrisico’s en andere risico’s die van belang zijn voor een breder en relevanter inzicht in het profiel en de prestaties van de onderneming en van door de rvc op te nemen informatie over de opdracht aan, en bevindingen van, de accountant, vergelijkbaar met het model dat gangbaar is in het Verenigd Koninkrijk. Zie ook maatregel 7.3.
NBA
7.5
Aanpassing van sectorspecifieke verslaggevingsregels in lijn met de reguliere verslaggevingsregels die algemeen aanvaard zijn en algemeen herkend worden. Hierbij kan worden gedacht aan verslaggevingsregels die van toepassing zijn in de publieke sector.
NBA
Implementatie
8.1
Accountantsorganisaties dienen in het transparantieverslag of jaarverslag verantwoording af te leggen over de implementatie van de in het convenant opgenomen maatregelen. Zodra een RvC is ingesteld bij de betrokken organisaties dient de RvC ook toe te zien op de tijdige en juiste implementatie van de maatregelen.
OOB
Accountantsorganisaties zijn transparant over hun organisatie en werkwijze, inclusief de uitvoering van de maatregelen uit ‘In het publiek belang’. Afhankelijk van de omvang van de accountantsorganisatie publiceren de organisaties over implementatie van de maatregelen in het transparantie- of jaarverslag, dan wel in het compliance-verslag.
Niet-OOB
Monitoring
9.1
Er wordt een onafhankelijke monitoring commissie ingesteld die de invoering en werking van de in dit rapport genoemde maatregelen beoordeelt en aanvullingen en aanpassingen voorstelt in die gevallen dat de bevindingen vanuit de monitoring daar aanleiding toe geven. De meerderheid van de monitoring commissie dient te bestaan uit personen die niet verbonden zijn aan een accountantsorganisatie.
NBA
Niet-oob-accountantsorganisaties rapporteren in de NBA monitor over de voortgang van de invoering van de maatregelen.
Niet-OOB
9.2
De AFM betrekt in haar toezicht de invoering van de in dit rapport beschreven maatregelen binnen de accountantsorganisaties en Nederlandse topholding van de groep waar de accountantsorganisatie deel van uitmaakt.
NBA

Infobox titel

Laatst bijgewerkt: 25 augustus 2016   •   Disclaimer
Legenda:
Nog te doen
Achter op schema
Afgerond/ % kantoren gereed